Limburgse vlaai vs Oost-Vlaamse vlaai: wat is het verschil?
Totaal niet te vergelijken...
Hoewel ze allebei âvlaaiâ heten, zijn Limburgse vlaai en Oost-Vlaamse vlaai eigenlijk twee totaal verschillende soorten gebak. Ze verschillen in deeg, textuur, smaak Ă©n oorsprong.
Hoewel ze allebei ‘vlaai’ heten, zijn Limburgse vlaai en Oost-Vlaamse vlaai eigenlijk twee totaal verschillende soorten gebak. Ze verschillen in deeg, textuur, smaak én oorsprong.
Limburgse vlaai
De Limburgse vlaai is waarschijnlijk de bekendste van de twee. Deze relatief platte taart heeft een dun maar luchtig gistdeeg als bodem en is vaak rijkelijk gevuld met fruit of rijstpap. Typische varianten zijn abrikozenvlaai, kriekenvlaai, pruimenvlaai, rijstvlaai en kruimelvlaai.
Veel Limburgse vlaaien worden afgewerkt met een raster van deeg (‘latjes’) of met een kruimellaag (crumble). Limburgse vlaai heeft een Europese erkenning en is een erkend streekproduct. Je vindt ze zowel in Belgisch als Nederlands Limburg.
Oost-Vlaamse vlaai
Oost-Vlaamse vlaai – vooral uit de regio Aalst, Ninove en de Denderstreek – is iets heel anders en ziet er ook helemaal anders uit. Het is een dikker, compacter en donkerder gebak zonder echte korst. Voor de vulling worden onder meer mastellen (droge kaneelbroodjes uit de streek rond Aalst), beschuit of peperkoek, eieren, kandijsiroop en vaak ook kaneel en foelie gebruikt. Daardoor krijgt de vlaai een licht kruidige en gekaramelliseerde smaak. De textuur zit een beetje tussen broodpudding en flan in.
De Oost-Vlaamse vlaai is erkend als traditioneel streekproduct.
En dan is er nog het Liers vlaaike
Ook in Lier hebben ze een gebakje dat van Europa een Beschermde Geografische Aanduiding kreeg: het Liers vlaaike. Dat zijn kleine eenpersoonsgebakjes met een harde koekjesachtige bodem en daarin een geurige vulling van paneermeel, siroop, melk en vierkruidenpoeder.
Volg ons op Facebook, Instagram, Pinterest, YouTube en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!