Doe dit niet als je zelf schnitzel maakt!
Volgens Hendrik Dierendonck
Een schnitzel bakken lijkt simpel, maar wie dat iconische krokante goudbruine laagje écht goed wil krijgen, moet een paar valkuilen vermijden. Topslager Hendrik Dierendonck deelt enkele tips om schnitzel te maken.
1 Begin níét met ijskoude schnitzels
Koude schnitzels garen ongelijk en worden sneller taai. Haal ze ruim op voorhand uit de koelkast, zodat ze op kamertemperatuur komen.
2 Vergeet de bijgerechten niet
Een schnitzel moet uit de pan naar het bord. Zorg dus dat je frietjes, salade of aardappelpuree al klaar staan voor je begint te bakken.
3 Bak niet in te weinig vet
Te weinig vet = kans op verbranden én een ongelijkmatige korst. Gebruik een royale hoeveelheid olie of geklaarde boter: de schnitzel moet kunnen zwemmen in de pan.
4 Prop de pan niet te vol
Als je een heel bord schnitzels tegelijk in de pan legt, koelt het vet af en worden de schnitzels snel zompig. Werk dus het liefst in porties voor een knapperige korst.
5 Draai ze niet te vroeg om
Onrustig flippen maakt de korst kapot. Bak de schnitzels 3 à 4 minuten op elke kant, tot ze mooi goudbruin zijn.
6 Laat ze niet druipen van het vet
Een schnitzel hoeft niet te glimmen als een oliebal. Laat ze kort uitlekken op keukenpapier: zo blijven ze luchtig en krokant.
Aan de slag met de lekkerste recepten
Volg ons op Facebook, Instagram, Pinterest, YouTube en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!