Zomerse waterzooi van vis met venkel en grijze garnaaltjes
bereiding
-
1
Pel de sjalot en de knoflook en snipper ze fijn. Schil de wortelen en snij ze in fijne stukjes. Maak de venkel schoon en snij hem in dunne plakjes. Hou het loof bij. Maak de prei schoon en snij hem in ringen.
-
2
Smelt de boter in een ruime pan en fruit de sjalot glazig. Voeg de knoflook, de wortel, de venkel en de prei toe en laat ze enkele minuten zacht stoven zonder te kleuren.
-
3
Voeg het laurierblad toe, schenk de witte wijn erbij en laat die kort inkoken. Giet de visbouillon in de pan en laat die 10 minuten zachtjes pruttelen.
-
4
Snij de vis in stukken en leg ze in de bouillon. Gaar de vis 5 à 6 minuten in de bouillon.
-
5
Meng de eidooier met de room en roer een lepel warme bouillon door het mengsel. Voeg dit mengsel toe aan de pan en roer voorzichtig tot de saus licht bindt. Laat de soep zeker niet meer koken. Breng de soep op smaak met citroensap, peper en zout.
-
6
Werk de waterzooi af met de fijngehakte kruiden, het venkelloof en de garnaaltjes. Laat ze kort opwarmen en serveer meteen.