Franse klassieker: Tarte tatin
bereiding
-
1
Verwarm de oven voor op 200°C. Snij 150 gram boter in stukjes. Meng de boter met het ei, de bloem, het snuifje zout, 50 gram kristalsuiker en de vanillesuiker. Kneed met de handen kort tot een egaal deeg. Laat het deeg 1 uur rusten in de koelkast.
-
2
Schil de appelen, verwijder het klokhuis en snij ze in kwarten.
-
3
Doe de rest van de suiker in de bakvorm met 2 eetlepels water en zet op een middelhoog vuur. Draai een beetje met de pan zodat het water en de suiker zich vermengen. Roer niet in de pan zodra de suiker begint te kleuren. Om kristallisatie te voorkomen kun je de pan af en toe voorzichtig zwenken.
-
4
Na enkele minuten begint het mengsel te bruinen en ontstaan er luchtbellen: dan is je karamel klaar. Let op dat de karamel niet te bruin of zwart wordt! Haal de pan van het vuur en voeg de rest van de boter in blokjes toe. Voeg de kaneel toe en roer met een garde tot je een mooi lopende karamel hebt. Leg er de stukken appel op, met de bolle kant naar beneden.
-
5
Rol het deeg uit tot 5 mm dikte. Rol het op de deegrol en rol het zo uit over de appelpartjes. Stop de zijkanten van het deeg onder de appeltjes in de vorm en bak de taart 25 à 30 minuten in de oven.
-
6
Laat de taart eerst even afkoelen, zodat de karamel kan opstijven. Leg dan een grote platte schaal of bord omgekeerd op de pan. Draai de pan en de schaal in één vloeiende beweging om. Serveer de tarte tatin lauw met slagroom of een bolletje ijs.