Herfstfruit onder een korstje
bereiding
-
1
Verwarm de oven voor op 180°C. Maak het deeg. Meng de suiker met de bloem en het zout. Voeg de koude boter in blokjes toe en meng kort met de handen tot een kruimelig deeg. Voeg het ei en het koude water toe en kneed heel kort tot een samenhangend deeg. Verpak het deeg in vershoudfolie en laat het 1 uur rusten in de koelkast.
-
2
Spoel het fruit. Verwijder het klokhuis van de appelen en de pitten van de pruimen. Snij het vruchtvlees in partjes. Doe het fruit in een kom. Voeg de citroenschil en het sap toe en schep het fruit voorzichtig om. Bestrooi het met suiker, de bloem en de specerijen en meng voorzichtig.
-
3
Rol het deeg uit tot een dikte van ongeveer 5 mm. Snij het in repen. Doe het fruit in de beboterde pan of bakvorm. Leg de deegrepen erbovenop. Je kunt het deeg ook volledig over de vorm leggen, maar maak dan een opening in het midden, zodat het vocht van het fruit kan verdampen. Bestrijk het deeg met de losgeklopte eidooier en bestrooi het met de rietsuiker. Zet de taart 45 à 50 min in de oven, tot de korst mooi goudbruin is en het fruit bubbelt.